Cliënten geven ons een
7,6
CQ-index

Het verhaal van Martine

Martine is 36 jaar wanneer ze zich voor behandeling bij de Viersprong aanmeldt. Ze vertelt dat ze naast haar vermoeidheid- en angstklachten vooral last heeft van het ‘altijd maar doorgaan’ met iets. Zoals de voorbereiding van een vergadering of het maken van een proefwerk. Ze vindt dan van zichzelf dat ze zich niet goed kan uitdrukken en krijgt maar moeilijk op papier wat ze in haar hoofd heeft. Op dat soort momenten heeft ze zo veel aandacht voor de details, waardoor ze geen zicht kan krijgen op het grotere geheel. Hier had ze vroeger op school al last van, werkstukken werden of niet of veel te laat ingeleverd en ook samenwerken met anderen is lastig voor haar. Het moest en moet op haar manier.

Ook lukt het haar niet om een ontspannen relatie met haar man aan te gaan. Haar drang naar controle trekt een zware wissel op hun relatie, die momenteel aan een zijden draadje hangt. Martine merkt dat de spontaniteit in haar relatie met Peter ver te zoeken is. Hun kinderwens is momenteel ‘on hold’, waar ze gek genoeg niets bij voelt. Martine voelt zich nergens thuis (is al vele malen verhuisd) en heeft als docente Geschiedenis al diverse korte banen achter de rug, waarbij ze haar eigen hoge eisen niet kon waarmaken, waarna ze steeds met lichamelijke en psychische klachten uitviel.

Martine heeft al verschillende behandelingen achter de rug, maar uiteindelijk bleven haar klachten steeds voortduren en werd haar leven ernstig belemmerd. Nadat het intaketeam een obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis bij Martine heeft vastgesteld, start zij in overleg aan een intensieve groepsbehandeling bij het zorgprogramma ISTDP. Hoewel ze gespannen oogt, maakt ze makkelijk contact met haar groepsgenoten en therapeuten. De eerste periode van de behandeling presenteert Martine zich als een ideale cliënt. Ze stelt dingen aan de kaak, is kritisch over het behandelprogramma, stelt veel vragen en geeft veel feedback. Zelf vraagt ze ook om repliek en ze lijkt daar open voor te staan.

De daaropvolgende weken wordt duidelijk hoe moeilijk het voor Martine is om over zichzelf te praten. Ze stelt vooral veel vragen aan anderen en reageert fel wanneer een ander haar iets vraagt. Op deze manier blijft ze zelf buiten beeld. Ook is ze er een kei in het gesprek zo te sturen dat het niet over haar gaat. Wanneer ze hier op gewezen wordt, krijgt Martine in de loop van de behandeling in de gaten dat ze zich erg kwetsbaar voelt wanneer ze over zichzelf praat, omdat anderen de informatie misschien zouden kunnen gebruiken om haar te kwetsen. Ook is ze bang hierdoor haar identiteit te verliezen, wanneer mensen een ‘verkeerd’ beeld van haar krijgen.

Martine ontdekt dat ze eigenlijk nooit heeft geleerd om over zichzelf te praten. Haar ouders konden het ook met moeite en ze heeft eigenlijk nooit echt diepgaand contact met ze gevoeld. Martine begint zich er langzaamaan van bewust te worden hoe ze zich al heel lang verlaten en alleen heeft gevoeld. Dan komt er ruimte om haar opgekropte gevoelens door te werken. Door het lozen van deze ballast, krijgt Martine meer energie en voelt ze zich zekerder om diepgaander contact met haar groepsgenoten aan te gaan. Ook merkt ze dat haar angstklachten en somberheid in heftigheid afnemen en is het haar gelukt voor zichzelf meer reële eisen te stellen. Goed is goed en genoeg is genoeg.

<- Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis