Cliënten geven ons een

7,8

CQ-index

Onderzoek naar het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen

 

 

In DSM-5 is een alternatief model voor persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) opgenomen. Dat model definieert persoonlijkheidsstoornissen vanuit enerzijds beperkingen in zelf- en interpersoonlijk functioneren (‘ernst’) en anderzijds kenmerkende persoonlijkheidstrekken. Het model geeft ons mogelijk een completer beeld van cliënten en geeft handvatten voor indicatiestelling en behandelplanning.

Binnen de Viersprong zijn we al enige tijd bezig met het ontwikkelen van instrumenten rondom het alternatieve model (STiP 5.1 & LPFS-BF 2.0) en sinds enkele maanden is deze manier van werken geïmplementeerd binnen de voordeur in Bergen op Zoom. Een aantal cliënten krijgt naast het reguliere intaketraject een extra afspraak om persoonlijkheidsproblematiek volgens dit alternatieve model te onderzoeken. We zijn daarbij geïnteresseerd in twee onderzoeksvragen.

  • Enerzijds kijken we naar verschuivingen in prevalentie van verschillende persoonlijkheidsstoornissen (bijvoorbeeld: hebben de mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis volgens het traditionele model ook een borderline persoonlijkheidsstoornis volgens het alternatieve model?). Dit onderzoek loopt.
  • Anderzijds zijn we nieuwsgierig naar de bruikbaarheid van dit model in de klinische praktijk waarbij we zowel het perspectief van behandelaren als van cliënten willen meenemen. We zetten daarvoor een Randomized Controlled Trial op waarbij cliënten random verdeeld worden over een traditioneel- of alternatief intaketraject.

Het onderzoeksteam bestaat uit Joost Hutsebaut, Jan Henk Kamphuis, Hilde de Saeger en Laura Weekers (promovenda).