Cliënten geven ons een
7,6
CQ-index

Ben’s verhaal

Wanneer Ben zich bij de Viersprong aanmeldt, voelt hij zich moe, somber en futloos. Hij vindt zichzelf een waardeloos persoon en heeft veel schuldgevoelens over dingen die hij wel en vooral niet gedaan heeft. Ben heeft zijn HBO opleiding nooit afgemaakt, omdat hij in het laatste jaar stage moest lopen. Hij heeft zich toen ziek gemeld, omdat hij toch zou gaan falen. Nu werkt Ben onder zijn niveau als magazijnmedewerker. Op zich heeft hij het wel naar zijn zin, maar Ben weet dat hij meer kan. Ben heeft piano leren spelen van zijn favoriete oom die inmiddels overleden is. Nu speelt hij nog wel eens alleen of volgt hij les via Youtube. Liever speelde hij ‘toetsen’ in een rockbandje en volgde hij les aan de muziekschool, maar dat durft hij niet.

Ben heeft twee goede vrienden. Zij accepteren Ben zoals hij is, bij hen kan hij zichzelf zijn. Zij vinden het ook niet erg als hij hun verjaardagsfeest overslaat. Ben heeft geen relatie, daarvoor vindt hij zichzelf te onaantrekkelijk. Niemand die hem zou willen. Zijn vader zei het vroeger al: ‘minkukel, met jou wordt het nooit wat’. En hij heeft gelijk gehad. Om zijn gedachten te verzetten, hangt Ben regelmatig op de bank voor de buis. Eten doet hij slecht. Steeds vaker verzet hij zijn zinnen door te gamen. Soms tot diep in de nacht. Dan denkt hij even aan helemaal niets. Achteraf voelt hij zich daar dan schuldig over. Ben heeft ook regelmatig gedachten aan de dood en denkt wel eens aan zelfmoord. Dit is voor hem de ultieme vlucht uit zijn nutteloze bestaan. Ben heeft al eerdere behandelingen gehad voor zijn angstige en sombere inslag, maar dit heeft nooit tot een blijvend positieve verandering geleid.

Wanneer Ben bij de Viersprong in behandeling komt binnen het zorgprogramma ISTDP, lijkt hij in eerste instantie wat onverschillig. Niets lijkt hem te interesseren en Ben laat maar moeilijk zijn emoties zien en houdt zijn medegroepsgenoten op een afstand met het maken van grapjes. Hij lijkt een expert in het ontwijken van gevoelige situaties en gevoelens. Na een aantal weken lijkt Ben zich meer te ontspannen en veiliger te voelen.

Wanneer Ben over zijn jeugd gaat vertellen, blijkt dat hij al jong leerde dat het niet uitmaakt wat je zegt of voelt en dat hij zwak en machteloos is. Ben gaat tijdens de behandeling inzien dat deze gedachten niet kloppen en leert in therapie dat hij in zichzelf mag gaan geloven en dat hij boos mag zijn! De suïcidale gedachten worden minder. Maar hij blijft gebruik maken van zijn signaleringplan en heeft regelmatig contact met de psychiater. Gewoon, als vinger aan de pols. Aan het eind van de behandeling krijgt Ben steeds meer vertrouwen in zichzelf en krijgt hij er zin in zijn eigen talenten te gaan gebruiken. Een half jaar na de behandeling heeft Ben meer plezier in het leven en is hij een goed bestaan voor zichzelf aan het opbouwen. Hij heeft zijn opleiding opgepakt, kookt regelmatig voor zijn vrienden en is onlangs zelfs met ze naar een concert geweest zonder zich zorgen te maken. Een vriendin heeft Ben nog niet, maar “dat komt wel”: zegt Ben.

<- Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis