Cliënten geven ons een
7,6
CQ-index

Lieke’s verhaal

Al vanaf 1998 had Lieke diverse behandelingen bij andere instellingen in verband met somberheidklachten en slaapproblemen. Afgelopen jaren zat zij twee maal op een PAAZ-afdeling na een zelfmoordpoging. Lieke leek in al die jaren niet tot de kern van haar problemen te zijn gekomen. In samenspraak met Lieke, meldt haar psychiater Lieke vervolgens aan bij de Viersprong met persoonlijkheidsproblematiek.

Lieke vertelt tijdens de intake dat eigenlijk al zolang ze zich kan herinneren, een sombere inslag heeft en moeilijke situaties uit de weg gaat. In haar relaties, niet in de laatste plaats die met haar man Jan, merkt Lieke dat zij zich enerzijds steeds afhankelijker opstelt, maar zichzelf anderzijds ook wegcijfert voor de ander. Hierdoor staat haar huwelijk met Jan onder druk. Jan heeft soms het gevoel dat hij met een kind te maken heeft en zou graag zijn vrouw terug willen. Nu komt alles op zijn schouders terecht. Lieke is doodsbang dat Jan haar zal verlaten. Alleen zal ze het zeker niet gaan redden, denk ze.

Lieke voelt zich ook onzeker over haar kunnen met betrekking tot haar werk. Ze zit nu anderhalf jaar in de ziektewet. Hier voelt zij zich erg schuldig over. Ook voelt Lieke zich machteloos, gespannen en depressief. Lieke deed haar zelfmoordpogingen vanuit de gedachte er niet meer uit te komen. Ook wilde ze anderen in haar omgeving niet meer tot last zijn. Bij de Viersprong wordt naast een depressieve stoornis, een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis vastgesteld.

Tijdens de behandeling in het zorgprogramma van de Transactionele Analyse (TA) gaat Lieke aan de slag met haar patroon van het bovenmatig verzorgen van anderen omwille van hun steun. Haar neiging om afwisselend slachtoffer en redder te zijn, komt tijdens de klinische behandeling al snel aan het licht. Lieke gaat zelf ook zien hoe dit bij haar werkt en krijgt in de gaten dat haar patroon al in haar jeugd ontstaan is. Lieke leert haar gevoelens over haar belaste voorgeschiedenis onder woorden te brengen en merkt dat dit haar ruimte geeft om te ontdekken wat haar sterke kanten zijn. Het verleden verdwijnt dan meer naar de achtergrond en Lieke kan met meer vertrouwen naar de toekomst kijken. Het wordt haar steeds duidelijker dat ze niet meer afhankelijk wil zijn van anderen, van de hulpverlening, maar ook van de medicijnen die ze gebruikt. Er wordt met haar afgesproken dat ze toch haar antidepressivum blijft gebruiken, zeker gezien de aangeboren aanleg van haar depressies. Lieke maakt een signaleringsplan om een patroon van slaapproblemen en depressieve symptomen te kunnen ondervangen. In haar relatie met haar man Jan heeft Lieke een begin gemaakt het initiatief te nemen en minder aan hem te ‘hangen’. De verbondenheid met Jan verbetert al tijdens de behandeling en samen spreken ze de wens uit om verder te werken aan een toekomst samen, zoals het krijgen van een kind.

Lieke neemt aan het eind van de behandeling steeds meer het heft in eigen handen en merkt dat ze minder piekert en beter slaapt. Door de positieve leerervaringen die ze hiermee opdoet, krijgt Lieke steeds meer vertrouwen in haar eigen kunnen. Qua werk besluit zij om het rustig op te bouwen, maar aan de andere kant ook zorg te dragen voor een zinnige dagbesteding. Ze krijgt er weer zin in en voelt zich meer en meer vrouw. Een jaar na de behandeling gaat het nog steeds goed met Lieke. Een aantal maanden na de behandeling heeft ze nog wel een terugslag gehad. Ze begon slechter te slapen en merkte dat ze weer ging piekeren en veel zaken aan Jan over liet. Maar door haar signaleringsplan te gebruiken en er met Jan over te praten, is Lieke er zelfstandig uit gekomen. Om de drie maanden heeft Lieke nog een afspraak met haar psychiater, voor haar medicatie. Lieke vindt het ook prettig om nog een lijntje met de hulpverlening te hebben, maar verder kan ze het zelf wel. Dat vertrouwen in zichzelf is er ondertussen wel.

<- Afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis